Pensioenregeling tijdig aanpassen aan de nieuwe wetgeving (WTP)

Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen ingegaan. Alle werkgevers, ook die met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premie-pensioeninstelling, moeten voor 1 januari 2028 hun pensioenregeling hebben omgezet naar een regeling die voldoet aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Als dit nog niet is gebeurd onderneem dan tijdig actie en neem contact op met mij. Het wordt dit jaar steeds drukker bij de pensioenuitvoerders en de doorlooptijden voor verwerking van de omzetting nemen sterk toe.

De rendementen van de maand april

Hoe was de stemming op de beurs de afgelopen maand? En hoe deden de grote fondsen en modelportefeuilles het?

De aandelenfondsen

April was een maand met twee gezichten. Aan de ene kant was er genoeg onzekerheid. De oorlog in het Midden-Oosten hield de olieprijs hoog. Daardoor bleef inflatie een belangrijk onderwerp. Ook centrale banken bleven voorzichtig. De Europese en Amerikaanse centrale banken hielden de rente eind april gelijk en wezen daarbij op verhoogde inflatie en onzekerheid door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten.  

Ook in Europa speelde inflatie een rol 

De inflatie in de eurozone liep in april naar verwachting op naar 3,0%, tegenover 2,6% in maart. Vooral energie werd veel duurder. En als inflatie hardnekkig blijft, kiezen centrale banken minder snel voor een renteverlaging. Tegelijkertijd keken beleggers in april ook naar de andere kant van het verhaal. De wereldeconomie bleef groeien, bedrijven rapporteerden sterke cijfers en vooral technologieaandelen kregen opnieuw veel aandacht. In de Verenigde Staten sloot de S&P 500, een van de belangrijkste aandelenindexen in Amerika, de maand af op recordhoogte. Voor de S&P 500 was april zelfs de beste maand in ruim vijf jaar.  

Ook de kwartaalcijfers hielpen de beurs in april

Veel van deze kwartaalcijfers vielen mee. Dat gaf beleggers extra vertrouwen, vooral omdat grote technologiebedrijven opnieuw sterk presteerden. Per saldo was april dus een sterke maand voor aandelen. Beleggers zagen de risico’s wel, maar kozen toch weer meer voor beleggingen met risico. Alle aandelenfondsen eindigden positief. De rendementen in de verschillende risicoklassen liepen uiteen van 5,48% tot 12,80%.